Hoe maakt CompenCO2 het verschil?
Als we ons gemotoriseerd verplaatsen, blazen we broeikasgassen de lucht in. De verhoogde concentratie van deze gassen versterkt het natuurlijke broeikaseffect. Dat leidt tot een hogere aardtemperatuur en een globale klimaatverandering. CompenCO2 wil alvast de klimaatimpact van verplaatsingen zoveel mogelijk verlagen. Om te beginnen door ons veel milieuvriendelijker te verplaatsen. Maar we kunnen ook een vergoeding betalen voor de klimaatimpact die aan het eind van onze rit toch overblijft.
We vertrekken van de CO2-uitstoot die je financieel wilt compenseren. De berekening van je CO2-uitstoot vind je hier.
CompenCO2 gaat uit van een bedrag van 25 euro per ton CO2 die jij ons vraagt te compenseren. Na aftrek van BTW (4,34 €/ton) en een bijdrage van 10% aan de administratiekosten van CompenCO2 blijft een bedrag over van 18,60 €/ton. Dit bedrag komt ongeveer overeen met de benodigde investering in een project dat leidt tot vermijding van een ton CO2-uitstoot.
Voor de compensatie van je CO2-uitstoot investeren we voorlopig niet in bossenprojecten. Veel van de huidige bossenprojecten zijn grootschalige monoculturen, die de natuur geen stap vooruit helpen. Er zijn ook geen garanties dat de bomen effectief blijven staan en CO2 uit de lucht houden. Er wordt hard gewerkt aan oplossingen voor deze problemen, maar voorlopig blijven wij er van af.
CompenCO2 pakt de klimaatverandering aan op twee fronten. ‘Vermijden’ en ‘aanpassen’ zijn de sleutelbegrippen.
| Vermijden - mitigation |
Aanpassen – adaptation |
CompenCO2 steunt beginnende en lopende projecten die vermijden dat broeikasgassen in de atmosfeer komen, of die gassen gevoelig verminderen. Energievriendelijke projecten hebben een nadrukkelijke plaats gekregen in de Kyoto-regels. Voor deze projecten hanteren we de criteria van “Gold Standard” als maatstaf, en wordt een schatting gemaakt hoeveel CO2-uitstoot zij verminderen of vermijden.
|
We steunen en starten projecten waarmee we ons aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering. Het gaat vooral om landbouw-, bos- en natuurprojecten die ons verdedigen tegen de effecten van klimaatverandering, zoals mislukte oogsten door overstromingen of droogte, vernieling van de leefomgeving door cyclonen, enz.
|
Gold Standard: maatstaf en doel
Enkele jaren geleden riepen een aantal bekende milieu-organisaties, waaronder Greenpeace en het Wereldnatuurfonds WWF voor compensatieprojecten de zgn. “Gold Standard” in het leven. Die ontwikkelde zich snel tot de wereldwijde referentie voor dit soort projecten. De Gold Standard is zeer rigoreus, zowel in de keus voor projecten die bijdragen aan daadwerkelijke verandering van klimaatgedrag (vandaar geen bebossingsprojecten), in de hoge criteria waaraan projecten moeten voldoen en in de eisen aan de berekening hoeveel CO2-uitstoot de projecten werkelijk verminderen of vermijden. Dat is de reden waarom CompenCO2 bij “vermijdingsprojecten” in het algemeen verwacht dat zij Gold Standard-gecertifieerd zijn, of dit spoedig zullen zijn.
Een nadeel van de Gold Standard is evenwel dat de inspectie van projecten – hun “audit” -, de berekening van CO2-compensatie en de certifiëring omvangrijk en kostbaar (tot 10% van de projectsom) zijn.
Daarom verwacht CompenCO2 bij kleinschalige projecten geen Gold Standard-certifiëring. Wel wordt bij de evaluatie van dergelijke projecten de Gold Standard als referentie gehanteerd, dat wil zeggen dat ook kleinschalige projecten aan de filosofie en doelen van de Gold Standard moeten voldoen. En van kleinschalige projecten die uitgroeien wordt verwacht dat zij een Gold Standard-toetsing ondergaan zodra dit economisch verantwoord is en uiteraard dat deze audit tot certifiëring leidt.
Maar hoe gaat de selectie van projecten vormelijk en procedureel in zijn werk?